AI verandert honkbalcoaching niet — het dwingt ons om eerlijk te kijken
De discussie over kunstmatige intelligentie in honkbal voelt steeds vaker als een strijd tussen hoop en angst, tussen belofte en wantrouwen, terwi...
Reinier Sierag
Een opiniestuk
De discussie over kunstmatige intelligentie in honkbal voelt steeds vaker als een strijd tussen hoop en angst, tussen belofte en wantrouwen, terwijl de realiteit veel prozaïscher is: AI komt het veld niet op, staat niet in het coachvak en neemt geen beslissingen tijdens een wedstrijd, maar kijkt, meet en onthoudt met een consistentie die voor mensen onmogelijk is, en precies dát maakt het zo interessant én ongemakkelijk voor coaches.
Wie het recente artikel van USA Baseball goed leest, ziet geen technologische euforie maar een nuchtere waarschuwing verpakt als gids: kunstmatige intelligentie is geen vervanging van coaching, maar een vergrootglas dat genadeloos zichtbaar maakt wat we doen, hoe consequent we dat doen en waar onze aannames niet stroken met de werkelijkheid. Dat is geen futuristisch verhaal, maar een praktische constatering die diep raakt aan de kern van coaching, zeker in een sport waarin ontwikkeling zelden lineair verloopt en waarin context allesbepalend is.
Honkbalcoaches werken al decennia met data, alleen zat die data vooral in het hoofd van de coach zelf: herinneringen aan swings, gevoel voor timing, observaties over houding en gedrag, intuïtie opgebouwd uit honderden trainingen en wedstrijden. AI verandert daar inhoudelijk weinig aan, maar dwingt wel tot precisie, omdat het niet vergeet, niet selectief kijkt en niet kleurt door emotie of momentopname. Waar een coach noodgedwongen generaliseert, blijft een algoritme herhalen, vergelijken en stapelen, net zolang tot patronen zichtbaar worden die met het blote oog simpelweg niet te vangen zijn.
Dat leidt tot een ongemakkelijke waarheid: AI laat niet alleen de speler zien, maar ook de coach. Het maakt zichtbaar waar begeleiding consistent is en waar niet, waar drills daadwerkelijk effect hebben en waar ze vooral goed voelen, waar vooruitgang plaatsvindt en waar stagnatie wordt verward met ‘een fase’. In die zin is AI geen hulpmiddel dat het werk makkelijker maakt, maar een spiegel die het werk eerlijker maakt, en dat vraagt iets van de coach die bereid moet zijn om zijn eigen aannames ter discussie te stellen.
Juist in jeugdcoaching wordt die spanning voelbaar, omdat data daar snel wordt gezien als een instrument om te vergelijken, te selecteren of te beoordelen, terwijl de echte waarde precies het tegenovergestelde is: het zichtbaar maken van individuele ontwikkeling over tijd, los van anderen, los van momentopnames, los van emotionele pieken en dalen. AI kan laten zien dat terugval normaal is, dat groei schoksgewijs verloopt en dat vermoeidheid, groei of rolverandering invloed hebben op prestaties, niet om conclusies te trekken maar om rust te brengen in gesprekken met spelers, ouders en staf.
Daar ligt ook het onderscheid tussen zinvol gebruik en misbruik van technologie. Ruwe data zonder context is gevaarlijk, en daar zijn de auteurs bij USA Baseball opvallend helder over: cijfers krijgen pas betekenis wanneer ze worden ingebed in de omstandigheden waarin ze zijn ontstaan. Was het training of wedstrijd, was de speler herstellende, speelde hij een andere positie, was er sprake van fysieke groei of mentale druk — dat zijn geen details, dat ís coaching. AI kan patronen aanwijzen, maar alleen de coach kan het verhaal eromheen duiden.
In die filosofie past ook de manier waarop CoachBall is opgebouwd, niet als een autoriteit die oordelen velt, maar als een verlengstuk van het coachend vermogen. Data, video en trends worden samengebracht om terug te kunnen kijken, te vergelijken en te reflecteren, zonder de illusie te wekken dat een algoritme beter weet wat een speler nodig heeft dan de coach die hem wekelijks ziet, spreekt en begeleidt. Technologie neemt het administratieve en repetitieve werk over, zodat de coach tijd en aandacht overhoudt voor het menselijke deel van het vak.
De angst dat AI coaching ‘koud’ of ‘onpersoonlijk’ maakt, mist daarmee de kern. Het tegenovergestelde is waar: juist omdat observaties consistenter en objectiever worden, ontstaat er ruimte voor empathie, nuance en maatwerk. Discussies verschuiven van meningen naar ontwikkeling, van vergelijken naar begrijpen, van reageren naar begeleiden. Niet omdat AI dat afdwingt, maar omdat het blootlegt wat er werkelijk gebeurt.
Misschien is dat wel de belangrijkste conclusie: AI verandert honkbal niet door iets nieuws toe te voegen, maar door iets weg te halen — ruis, aannames en selectief geheugen. Wat overblijft is het vakmanschap van de coach, scherper afgetekend dan ooit. Wie bereid is die spiegel te gebruiken, wint tijd, inzicht en rust. Wie dat niet wil, zal technologie blijven zien als bedreiging. Maar niet omdat AI te machtig is, eerder omdat het te eerlijk is.
Bron
USA Baseball Develops – A Coach’s Guide to Artificial Intelligence in Baseball
https://usabdevelops.com/page/5015/blog/24761/a-coachs-guide-to-artificial-intelligence-in-baseball
Gerelateerde artikelen
Gemiddelde honkbal pitching snelheden per leeftijd
Spelen met de elementen: hoe je als coach slim inspeelt op het weer